4 tips die je loopstijl verbeteren

 

In oorsprong is het menselijk lichaam gemaakt om te lopen. Onze voorouders moesten goed kunnen lopen om te overleven. Doorheen de evolutie zijn we echter meer en meer sedentair (zittend) geworden en voelt het lopen niet meer zo natuurlijk als het zou moeten zijn. Het zittend bestaan brengt heel wat negatieve gevolgen met zich mee inzake mobiliteit die vaak tot uiting komen tijdens het lopen. Het aanpakken van deze problemen vormt samen met onderstaande checklist de basis van een uitgebalanceerde looptraining. De focus ligt te vaak op het behalen van een bepaalde afstand, dat deze zaken verwaarloosd worden of zelfs niet gebeuren.

Running checklist

  • Hoofd, schoudergordel, heup en enkel in één lijn
  • Licht voorover leunen (met het volledige lichaam)
  • Land op de bal van de voet (middenvoet)
  • Trapfrequentie (cadens) omhoog!

Een woordje uitleg bij de checklist…

  • Hoofd, schoudergordel, heup en enkel in lijn

Kop op! Houd steeds je hoofd omhoog. Een goede richtlijn is een vuist afstand tussen kin en borstbeen. Je hoofd laten hangen zorgt niet alleen voor nekklachten, maar belemmert ook een goede ademhaling. Problemen hiermee kunnen wijzen op een beperkte mobiliteit in de bovenrug.

De schouders hangen laag en ontspannen aan het lichaam om spanning en nek en bovenrug te vermijden. De armen (met elleboog in rechte hoek) bewegen van voor naar achter. Elke afwijking naar de buitenkant toe zorgt voor verloren energie. Problemen hiermee kunnen wijzen op beperkte mobiliteit in de schoudergordel en/of bovenrug.

Niet voorover buigen in de heup! Een vaak gezien fenomeen dat kan wijzen op beperkte mobiliteit aan de voorkant van de heup. De knie blijft steeds licht gebogen, het been wordt nooit volledig gestrekt tijdens het lopen.

De enkels landen steeds onder het lichaam. Op deze manier land je minder snel op de hiel. Klachten hier kunnen duiden op een beperkte mobiliteit in de enkels.

  • Licht voorover leunen (met het volledige lichaam)

Tijdens het lopen gebruik je de zwaartekracht om je als het ware naar voor te laten vallen. Je voet wordt geplaatst om het vallen te voorkomen, en zo ga je vooruit. Het opvangen van de schok gebeurt vooral door de bilspier, het optrekken van de voet door de hamstrings. De achterste spierketen is dus het meest actief tijdens het lopen. Buig nooit in de heup, zoals hierboven beschreven. Hoe sneller je loopt, hoe meer je vooroverbuigt. Het lopen gebeurt in een voorwaartse beweging zonder op en neer te bewegen. Een denkbeeldige lijn achter je, vertrekkend uit de navel, moet steeds recht zijn, zonder golven.

  • Land op de bal van de voet (middenvoet)

Als je voldoet aan de vorige punten is het quasi onmogelijk om op de hiel te landen. Landen op de hiel heeft een grotere impact. Dit zorgt voor een verlies aan energie en hogere belasting op de gewrichten. Probeer steeds de voeten naar voor te richten tijdens het lopen. Lukt dit niet, dan kan er een probleem zijn met de enkel en/of heupmobiliteit.

  • Trapfrequentie (cadens) omhoog!

De trapfrequentie zijn het aantal stappen per minuut per voet. Het is de bedoeling deze zo hoog mogelijk te krijgen. Kleinere passen zorgen voor een kleinere impact en dus een lager energieverbruik (lees: lagere hartslag) en lagere belasting voor de gewrichten (lees: minder kans op blessures). Een ideale trapfrequentie zit tussen de 80 en 90 passen per minuut.

Indien hieromtrent nog vragen en/of onduidelijkheden zijn, mogen jullie me steeds contacteren. Nu naar buiten met de checklist in je achterhoofd!

Loop ze!

Schrijf een reactie